Startpagina  |  Over Westkans  |  Over Provincie West-Vlaanderen  |  Over Mentor


CD-ROM    Hoe maak ik mijn cultuurcentrum toegankelijk?




Inkomhal en vestiaire

(Zie ook Binnendeuren, loop- en rolroutes)

1. Drempels

Niveauverschillen tot 2 cm worden zelfstandig overbrugd door een rolstoelgebruiker. Voor niveauverschillen van meer dan 2 cm zie Helling.

Alle niveauverschillen worden voorzien van een visuele contrastmarkering.

Voorbeeld contrastmarkering trede

2. Versmalling in de inkomhal

In de inkomhal kan de looproute altijd versmald zijn door ťťn of ander obstakel zoals bloembakken, paraplubakken, zitbanken, ...

Voorbeeld obstakels in de inkomhal

Een puntversmalling (een versmalling naar een bepaald punt en daarna terug een verbreding) heeft op het smalste punt een minimale doorgangsbreedte van 90 cm.

3. Circulatieruimte in de inkomhal

Een rolstoelgebruiker heeft een draaicirkel van 150 cm nodig om te kunnen draaien. Om vrij te manoeuvreren in de ruimte moet de circulatieruimte voldoende groot zijn.

Draaicirkel rolstoel

4. Balie aanwezig in de inkomhal

Indien er een balie aanwezig is in de inkomhal, kan men zich duidelijk richten naar een bepaalde plaats om inlichtingen op te vragen. Voor verdere bespreking zie balie.

5. Materiaal ondergrond van de inkomhal

De ondergrond van de inkomhal is vlak, rolstoelvast, effen, stroef, aaneengesloten en horizontaal. Langharige tapijten zijn moeilijk te berijden door rolstoelgebruikers.

Voorbeeld kortpolig tapijt

6. Obstakels in contrast

Obstakels in de inkomhal zoals paraplubakken, rekken voor infobrochures, zitbanken,... worden het best in een obstakelzone geplaatst. Zo worden de obstakels gegroepeerd op ťťn plaats. Op die manier wordt de looproute obstakelvrij gehouden.

Obstakels worden het best in contrast geplaatst.

Obstakels kunnen ook tot onderaan beveiligd worden. Personen met een visuele handicap die een stok gebruiken zullen zo niet tegen de obstakels aanlopen. Zij tasten met hun stok op een hoogte van 10 cm van de grond de omgeving af. Indien het obstakel niet tot onderaan beveiligd is, lopen ze er zo tegenaan.

Voorbeeld zitbanken in contrast Voorbeeld obstakel in contrast

7. Vestiaire

De vestiaire is meestal bemand. Op die manier hoeft de bezoeker enkel de jas aan te geven. De hoogte van het meubel waar de jassen worden doorgegeven bedraagt 80 cm.

Vestiaire

Indien men zelf de jas ophangt, dan worden er het best kapstokken voorzien op verschillende hoogtes. Op die manier is de vestiaire zowel bruikbaar voor kinderen als kleine mensen en rolstoelgebruikers. Plaats daarom enkele kapstokken op een hoogte tussen 70 cm en 1m40.

Zowel voor de bemande vestiaire als de niet bemande vestiaire, moet er voldoende circulatieruimte zijn voor de rolstoelgebruiker.


Balie

1. Circulatieruimte voor de balie

Voor de balie wordt ook een vrije draaicirkel van 150 cm voorzien als manoeuvreerruimte voor een rolstoelgebruiker.

Voorbeeld vrije ruimte voor de balie

2. Versmalling voor de balie om bezoekers te leiden

Ter hoogte van een balie worden bezoekers dikwijls geleid naar de balie. Dit kan gebeuren aan de hand van touwen of vaste obstakels. Hierbij moet ook telkens de vrije doorgangsbreedte gegarandeerd worden.

Een puntversmalling (een versmalling naar een bepaald punt en daarna terug een verbreding) moet op het smalste punt nog een min. doorgangsbreedte van 90 cm bedragen.

Voorbeeld versmalling aan de balie

3. Hoogte van de balie en een verlaagd gedeelte aan de balie

Het meubel kan uit 2 hoogtes bestaan afhankelijk van de mogelijkheden van de bezoekers en de variatie in het soort contact.

Een toegankelijk meubel heeft altijd een verlaagd gedeelte met een max. hoogte van 80 cm. Op die manier kan een rolstoelgebruiker vlot communiceren met het personeel. Bij een verlaagd meubel kan er nog steeds oogcontact zijn tussen de staande bezoeker en het personeel door een zitmogelijkheid te voorzien. De zitmogelijkheid kan ook dienst doen als rustplaats voor moeilijke stappers. Het verlaagde gedeelte is onderrijdbaar met een rolstoel, d.w.z. dat enkele maatgegevens moeten worden gerespecteerd. De vrije hoogte onder het blad is 70 à 75 cm, de vrije diepte onder het blad is 60 cm en de vrije breedte onder het blad is 90 cm. Op die manier kan de rolstoelgebruiker gemakkelijk onder i.p.v. naast het meubel het meubel rijden.

Voor slechtzienden dient het meubel voldoende verlicht te zijn. Indirecte verlichting en reflecterende oppervlakken dienen zoveel mogelijk te worden vermeden (weerkaatsing). Voor slechtzienden is het aanbevolen om, als hulp bij oriŽntatie, op belangrijke plaatsen een accentverlichting te voorzien. De hoeken van de balie dienen te worden afgerond. De lichtsterkte bedraagt:

Voorbeeld onderrijdbare balie

4. Hoogte van de betaalautomaat en andere bedieningselementen

Voorbeeld bereikbare publicaties

Toestellen met bedieningselementen worden op het verlaagde gedeelte van het meubel geplaatst. Het gaat hier vooral over betaalautomaten. De recentste protonautomaten zijn draadloos. Indien er geen verlaagd deel aan het meubel aanwezig is, worden die losse elementen tussen 80 en 120 cm geplaatst. Een kassa wordt best voorzien van een display zodat de dove of slechthorende persoon ev. gesproken communicatie uit de weg kan gaan.

Publicaties zijn bereikbaar vanuit een zittende positie op een hoogte van 80 tot 140 cm. Publicaties worden het best onder elkaar op verticale wijze in de display geplaatst zodat iedereen, onafhankelijk van zijn of haar gestalte, zich kan bedienen van informatie. Brochures tegen betaling, worden niet achter de balie geplaatst. Van zo'n publicatie wordt voor de balie een inkijkexemplaar geplaatst met duidelijke prijsvermelding.

5. Is de balie bemand ? en is er een mogelijk belsysteem aanwezig ?

Als het hier gaat om een niet bemande balie, wordt er een toegankelijk en bereikbaar belsysteem aan de balie aangebracht.

Het belsysteem wordt het best geplaatst tussen 80 en 120 cm hoogte. Om het bedieningselement vlot te kunnen bedienen en te bereiken, mogen er geen niveauverschillen zijn en dient de ruimte ervoor vlak te zijn en minstens 150 cm op 150 cm te bedragen.

6. Balie achter glas

Het gebruik van gesloten glasfront wordt afgeraden omdat dit de communicatie met de dove of slechthorende bezoeker niet bevordert. Zo wordt het liplezen praktisch onmogelijk gemaakt. Blinden en slechtzienden moeten op het gehoor afgaan en met een glasfront wordt de klank en de richting onduidelijk waardoor men de oriŽntatie kwijt raakt. Aan de balie moet in dat geval een geluidsversterking worden voorzien.

Een schuifraam kan een oplossing zijn.

7. Visueel en/of tactiele geleiding naar de balie

Bij de inplanting van een balie is het altijd nuttig om zicht te hebben op de inkomdeur vanachter de balie. Bezoekers die extra assistentie kunnen gebruiken, kan men zo direct van dienst zijn. Eenmaal men het gebouw binnen is, moet de blinde of slechtziende bezoeker het baliemeubel nog kunnen vinden.

Er dient een tactiel en visueel contrasterende looplijn te worden aangebracht vanaf de inkomdeur tot aan de balie. Daar kan de blinde of slechtziende aan het baliepersoneel informatie of hulp vragen. Deze looplijn dient minstens 60 cm breed te zijn, en zowel een visueel als een voelbaar contrast te bevatten.

Hieronder vindt u een aantal voorbeelden om dit te verwezenlijken. Dit kan ingepast worden in het ontwerp zodat het esthetisch blijft. Het aanbrengen van looplijnen is zeer sterk omgevingsbepalend. Daarom raden wij aan hiervoor deskundig advies te vragen.

Voorbeeld geleidelijn Voorbeeld geleidelijn Voorbeeld geleidelijn Voorbeeld geleidelijn Voorbeeld geleidelijn Voorbeeld geleidelijn

8. Ringleiding aan de balie

Zie Concertzaal / podiumzaal.

9. Obstakels in contrast

Het baliemeubel zelf kan beter in contrast geplaatst worden met de omgeving, nl. ondergrond, muren, ...

Voorbeeld balie in contrast Voorbeeld balie in contrast Voorbeeld balie in contrast

Terug naar het begin
Logo Provincie West-Vlaanderen Logo Westkans
Infomap: Toegankelijkheid zoals het is
© Provinciaal Steunpunt Toegankelijkheid
Ontwerp iAnua