Integrale toegankelijkheid
Integrale toegankelijkheid wil zeggen ‘toegankelijkheid voor iedereen’. Het is een misvatting te denken dat toegankelijkheid alleen van belang is voor mensen met een beperking. Iedereen heeft baat bij een gebruiksvriendelijke, veilige en comfortabele leefomgeving.
Integrale toegankelijkheid bestaat uit twee belangrijke werkvelden, namelijk fysieke toegankelijkheid en toegankelijkheid van communicatie.
Integrale toegankelijkheid houdt in dat
- publieke ruimtes of gebouwen
- dienstverlening
- informatie
voor iedereen moeten voldoen aan vier belangrijke voorwaarden:
- Bereikbaarheid
- Kan ik de bestemming vlot bereiken met bijvoorbeeld het openbaar vervoer?
- Heb ik toegang tot computer en internet?
- Betreedbaarheid: kan ik er makkelijk binnen of buiten geraken?
- Bruikbaarheid: kan ik doen wat ik voor ogen had?
- Betaalbaarheid: is het financieel haalbaar?
Integrale toegankelijkheid houdt in dat iedereen de publieke voorzieningen op een zelfstandige en zo onopvallend mogelijke manier moet kunnen gebruiken. Aparte maatregelen voor elke persoon die van het “gemiddelde” afwijkt, zijn dus niet wenselijk.
Als de maatschappij ernaar wil streven om toegankelijkheidsproblemen te voorkomen, moet ze die aanpakken in de ontwerpfase. Dat is de basis van het concept Universal Design. Elk ontwerpproces gaat daarbij uit van de volgende vraag:
“Hoe kan een product, een grafische boodschap, een website, een gebouw, een dienst of een publiek domein zowel functioneel als esthetisch aantrekkelijk zijn voor een zo groot mogelijke diversiteit van gebruikers?”
Het ultieme doel van integrale toegankelijkheid is een maatschappij waarin iedereen zijn leven op het vlak van onderwijs, arbeid, vrije tijd … vrij en zelfstandig kan inrichten.
