Vanaf 1 maart 2010 is de nieuwe regelgeving op de toegankelijkheid van publieke
gebouwen in Vlaanderen van kracht. Deze verordening legt minimale normen op
om toegankelijkheid van publieke gebouwen te garanderen, met ‘Ontwerpen
voor Iedereen’ als centrale drijfveer.
Een nieuwe Vlaamse regelgeving toegankelijkheid? (integrale
tekst van de verordening)
Sinds 1975 bestond er een federale wet die de toegankelijkheid van publieke
gebouwen regelde. Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voerden
reeds een actualisering door, maar Vlaanderen bleef achterop. Eén van
de belangrijkste knelpunten van de oude wetgeving was het gebrek aan opvolging
in de praktijk. Daarnaast was ook een update van de normen en een betere aansluiting
met een meer hedendaagse visie op toegankelijkheid noodzakelijk.
Voor personen met een handicap is toegankelijkheid een absolute noodzaak.
Het is echter een misvatting te denken dat toegankelijkheid alleen belangrijk
is voor mensen met een handicap. Uiteindelijk heeft iedereen baat bij gebruiksvriendelijke,
veilige en comfortabele ruimten.
De nieuwe regelgeving is nu sterker ingebed in de structuren zoals uitgezet
in het toenmalige decreet op de Ruimtelijke Ordening (1999), overgenomen in
de nieuwe Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (2009). Concreet betekent dit
dat men bij het uitvoeren van vergunningsplichtige werken steeds de regelgeving
moet aftoetsen. Indien men aan de verordening dient te voldoen, maken ook
de normbepalingen met betrekking tot toegankelijkheid deel uit van de voorwaarden
voor het krijgen van een vergunning. Wie niet voldoet aan de verordening,
begaat vanaf nu een stedenbouwkundige inbreuk.
De verordening lezen en begrijpen. Enkele ankerpunten
Ten eerste moet worden nagegaan of het gebouw aan de verordening moet voldoen.
Het moet steeds gaan om een publiek toegankelijk gebouw, gelegen in Vlaanderen,
waar vergunningsplichtige werken aan gebeuren (nieuwbouw, verbouwing, uitbreiding,
herbouw,…). Er wordt dus niet gevraagd om bestaande gebouwen waar geen
werken aan gebeuren, aan te passen.
Wanneer het gaat om beschermde monumenten, landschappen,... (erfgoed) zal
er een afweging moeten worden gemaakt tussen de erfgoedwaarde en de toegankelijkheid
van het betreffende gebouw.
De regelgeving aftoetsen kan aan de hand van enkele stappen:
In een eerste stap wordt er nagegaan welke gebouwen onder het toepassingsgebied
van de verordening vallen. Naargelang het type gebouw wordt aan de hand van
enkele criteria – opgenomen in art. 3, 4 of 5: bv. het aantal vierkante
meter, accommodaties of kamers – afgetoetst welk deel of delen van het
gebouw moeten voldoen aan de normbepalingen.
Wanneer het gaat om toeristische verblijfsaccommodaties (art. 4) is het aantal
accommodaties belangrijk: afhankelijk van het aantal accommodaties val je
volledig, gedeeltelijk of niet onder het toepassingsgebied (schema 1).
Bij gebouwen met de hoofdfunctie wonen (art. 5) zijn het aantal wooneenheden/kamers
in combinatie met het aantal niveaus waarop de toegangsdeuren tot deze wooneenheden/kamers
gelegen zijn, bepalend (schema 2).
Wanneer een gebouw een andere publiek toegankelijke functie heeft (art. 3),
is de publiek toegankelijke oppervlakte bepalend (schema 3).
In een tweede stap, nadat je weet welk deel van het gebouw moet voldoen, dient
te worden gekeken welke specifieke aandachtspunten (art. 6-10, 27 en 29) nog
in het gebouw aanwezig zijn. Voor sommige functies of ruimten worden namelijk
bijzondere criteria opgelegd, zoals bij een verbruiksruimte, pashokjes en
kleedruimten, sanitaire voorzieningen, parkeergelegenheid, vaste inrichtingselementen
zoals zitplaatsen en de aanwezigheid van een bestaande toegang wanneer het
gaat om een uitbreiding of verbouwing.
In een derde stap pas je de normen toe (art. 11-35), voor de elementen of
bouwdelen die voorkomen in het deel van het gebouw dat moet voldoen én
waar werken gebeuren. De normbepalingen zijn onderverdeeld in 7 thema’s:
algemene elementen, looppaden, niveauverschillen, toegangen en deuropeningen,
parkeerplaatsen, vaste inrichtingselementen en het aangepast karakter van
constructies of delen van constructies.
Bij deze concrete normbepalingen zal je in de tekst zowel ruwbouw- als afwerkingmaten
lezen. Om controleerbaar te zijn bij het indienen van de stedenbouwkundige
vergunningsaanvraag, moet men maten planmatig kunnen toetsen. Dat vereiste
een vertaling naar ruwbouwmaten. In deze aanvraagfase wordt nog geen uitspraak
gedaan over de afwerking. Het kunnen gebruiken van het gebouw door de gebruiker
is echter een basisvereiste om te kunnen spreken van een goede toegankelijkheid.
Dit is steeds afhankelijk van de afwerking. Vandaar de dubbele maatvoering:
ruwbouw controleerbaar op plan, afwerking controleerbaar na uitvoering.
Praktijktools op maat van de ontwerper.
Regelgeving is één zaak, de bouwpraktijk staat er soms een stap
verder van en is vaak een stuk complexer. Alhoewel toegankelijkheid vanzelfsprekend
lijkt, vraagt de realisatie ervan een doorgedreven aandacht van meerdere partijen.
Architecten en ontwerpers moeten zich van bij de start van hun project bewust
zijn van de uiteenlopende noden van diverse gebruikersgroepen van het gebouw
en deze op een slimme manier integreren in hun ontwerp. Als bouwheer van een
publiek gebouw dient men ervoor te zorgen dat het gebouw geen letterlijke
drempels opwerpt om er gebruik van te kunnen maken. Integendeel, het bereikbaar
maken van de diensten voor zoveel mogelijk gebruikers staat voorop. Voor beleidsmakers
is het van belang ervoor te zorgen dat elke burger gebruik kan maken van de
publieke diensten. De overheid heeft als taak erover te waken dat iedereen
het recht heeft om toegang te hebben tot gebouwen en de dienstverlening ervan.
Het zou dan ook onverstandig zijn niet te kiezen voor toegankelijkheid.
Waar de regelgeving zich beperkt tot de minimale, op plan afleesbare basiselementen
m.b.t. toegankelijkheid, gaat het recent gelanceerde ‘Handboek publiek
toegankelijke gebouwen’ heel wat verder. Het handboek is terug te vinden
op de website www.toegankelijkgebouw.be.
Het handboek heeft niet als doel voorschrijvend te zijn, wel een inspiratiebron
voor de praktijk. Naast de regelgeving, faq, nieuwsbrief, … kan je er
tekst en uitleg vinden over het hoe en het waarom van de normen, maar ook
heel wat aanbevelingen voor detaillering en uitvoering die de integrale toegankelijkheid
in de praktijk kunnen verzekeren. De toegankelijkheidsprincipes worden geïllustreerd
aan de hand van praktijkvoorbeelden, foto’s, schetsen…
Verder vind je er ook een quickscan die je kan gebruiken bij de start en verdere
uitwerking van een ontwerpproces. Deze geeft op basis van aftoetsende vragen
een overzicht aangaande de specifieke elementen, opgenomen in de regelgeving,
die mogelijks van toepassing kunnen zijn op een project. Daarna kan de checklist,
die concreet weergeeft welke normen gerespecteerd moeten worden, toegevoegd
worden bij de vergunningsaanvraag.
Regels, aanbevelingen en richtlijnen bieden niet altijd een afdoend antwoord
om toegankelijkheid naadloos en op creatieve wijze te integreren. Zowel voor
het integraal toegankelijk maken van nieuwe projecten als voor bestaande infrastructuur
kunt u bij een gespecialiseerd adviesbureau toegankelijkheid terecht voor
advies. In overleg met de bouwheer en de architect wordt dan gezocht naar
de best mogelijke oplossing. Zeker bij meer complexe situaties en verbouwingen
kan een dergelijk advies oplossingen bieden, het is de beste waarborg dat
toegankelijkheid maximaal meegenomen wordt in de realisatie van een gebouw.
Voor meer informatie met betrekking tot de nieuwe regelgeving betreffende
toegankelijkheid kan je steeds terecht bij:
Enter vzw, Vlaams Expertisecentrum Toegankelijkheid
Belgiëplein 1
3510 Hasselt
Tel. 011/26 50 30
info@entervzw.be
Gelijke Kansen in Vlaanderen
Boudewijnlaan 30
1000 Brussel
Tel. 02/553 51 38
Of via de website: www.toegankelijkgebouw.be.
Blijf op de hoogte van het laatste nieuws door je in te schrijven op de nieuwsbrief.
We lazen dit op de site van Enter vzw
We hebben de
integrale tekst van de verordening ook op onze site geplaatst.