12.10.2005: Voorstelling publicatie ‘Wandelen in versterkte steden - erfgoedwandelingen voor iedereen' in het Kruitmagazijn te Ieper.

Zin in een verkenning van de Ieperse vestingen, het middeleeuwse stadje Sandwich of de omwallingen van Boulogne-sur-Mer? Het Vlaams-Frans-Engelse 'Netwerk van Versterkte Steden' stelt een nieuwe reeks erfgoedcircuits voor in 19 historische en versterkte steden. Uniek aan deze publicatie is dat alle wandelingen geschikt zijn voor personen met een fysieke beperking.
De provincie West-Vlaanderen is reeds jaren actief binnen het Europese ‘Netwerk van versterkte steden', een project dat historische en versterkte steden verenigt in Vlaanderen, Nord/Pas-de-Calais en Kent. Voor de werking van het Netwerk is er steun van de Europese Unie via het Interreg IIIA-programma.
In de negentien steden van de drie landen werden de voorbije jaren wandelcircuits ontworpen die de bezoeker brengen langs de mooiste restanten van de vroegere stadsversterkingen. In West-Vlaanderen gaat het om de steden Menen, Lo-Reninge, Nieuwpoort, Oostende, Ieper en Veurne.
Omdat wandelingen langs ruïnes, stadsmuren en andere versterkte sites vaak fysiek nogal wat inspanningen vragen, werd onlangs voor elke stad een circuit ontworpen dat makkelijk doenbaar is voor iedereen, dus ook voor personen met een handicap, senioren, jonge gezinnen met kinderwagens, ….
Voor de realisatie van dit nieuwe cultuurtoeristische product werkte de provincie West-Vlaanderen samen met vzw Westkans, het West-Vlaams Bureau voor Toegankelijkheid.
In onze partnerregio's in Frankrijk en Engeland gebeurde hetzelfde, zodat het ‘Netwerk‘ een internationaal pakket wandelingen in versterkte steden kan voorstellen voor àlle bezoekers, met of zonder fysieke beperkingen.
‘Toegankelijkheid' staat dit najaar trouwens extra in de kijker doordat het ook het thema was van de jaarlijkse oktoberrede van gouverneur Paul Breyne.
Voorafgaand aan deze publicatie voerdde vzw Westkans in elk van de West-Vlaamse versterkte steden een toegankelijkheidsonderzoek uit. Aan de gemeentebesturen werd vervolgens een uitvoerig rapport overgemaakt met een beschrijving van de knelpunten. Meteen werd ook praktisch advies meegegeven over de manier waarop het wandelcircuit in de versterkte stad beter toegankelijk kan worden gemaakt voor personen met een beperkte mobiliteit. Een aantal steden zijn intussen bezig bepaalde aanbevelingen van Westkans uit te voeren. De stad Ieper is trouwens al een aantal jaar bezig met aanpassingen voor minder-validen op de Vestingroute.
De nieuwe publicatie is gratis en wordt op twee manieren aangeboden. Enerzijds zijn er de wandelcircuits, los verkrijgbaar per stad (deze kunnen worden aangevraagd bij de toeristische diensten van de deelnemende steden Oostende, Veurne, Nieuwpoort, Menen, Ieper en Lo-Reninge). Daarnaast zijn er ook de pakketjes met de negentien toegankelijke erfgoedwandelingen van de drie partnerregio's. Deze pakketten kunnen worden aangevraagd bij de Provincie West-Vlaanderen, dienst cultuur
Tel: 050/40 35 77 sophie.muyllaert@west-vlaanderen.be

Welkomstwoord door Frans Lignel - Schepen voor Cultuur, Toerisme en Financiën,
Mijnheer De Gouverneur,
Mijnheer de gedeputeerde voor Cultuur,
Beste medewerkers van de provinciale en stedelijke diensten, van de vzw Westkans, van de vestingwerkgroep,……..
Geachte genodigden,
Van harte welkom in deze mooie historische ruimte van het Kruitmagazijn. De geschiedenis van dit in 1997 gerestaureerde monument is nauw verbonden met de algemene vestinghistoriek. Omstreeks 1684 richtte de Franse vestingbouwer Vauban in de zuidhoek van de Esplanade een bomvrij buskruitmagazijn op, dat 30.000 kilo poeder kon bevatten.
Het werd reeds in 1720, tijdens het Oostenrijks bewind, gesloopt. Maar Willem I der Nederlanden bouwde in 1817 op dezelfde grondvesten een nieuw poedermagazijn, ditmaal van een verdieping voorzien.
Dit Kruitmagazijn overleefde de ontmanteling van een deel van onze vestingen vanaf 1853.
Eén van de redenen waarom het front rond Ieper zich vormde, na de val van Antwerpen, waren precies de vele bomvrije ondergrondse schuilplaatsen in het bolwerk van de Vesting Ieper. Het hevige Duitse artilleriegeschut kon de opeengepakte Britse soldaten niet raken.
Beeld je even in: we zitten hier dagen en nachten met vele tientallen bijeen, meestal jonge mensen van nog geen 20 jaar oud, terwijl buiten de bommen de eeuwenoude stad aan het slopen zijn. Nu en dan ontploft een obus in de nabijheid of op dit gebouw. Iedereen krimpt in elkaar. Roepen en tieren. Het stof vult de ruimte. Onbeschrijfelijke angst.
Tot voor een jaar of tien was dit poedermagazijn de stille getuige van het oorlogsgeweld. Het gebouw overleefde de verwoesting van Ieper. Op het dak wortelden bomen en struiken in de leemlaag die, tussen het dak en het tongewelf, als buffer diende om bominslagen te dempen. Stukken van de metersdikke muren waren beschadigd, maar niet ingestort.
Het was een desolate plaats, waar wij als kinderen niet durfden te komen. Hier spookte het!
De Ieperse vestingwerkgroep – vrijwilligers en medewerkers van verschillende stedelijke diensten- ontwierp een meerjarenplan om de vestingen te herwaarderen en toegankelijker te maken. Het project “De Vestingroute” was geboren. Het werd een zoeken naar een evenwicht tussen het ecologische en het historische. De vestingmuren langs de Kasteelgracht waren in 1991 met het allerlaatste oorlogsgeld gerestaureerd en in 1996-'97 werd ook dit monument aangepakt met steun van het bestuur voor Monumenten Landschappen, en de provincie. Ook de ijskelder, de overgebleven Bourgondische hoektorens en de sluizenkamer nabij de Rijselpoort werden hersteld.
Er kwam een vernieuwd landschapsbeheer met aandacht voor streekeigen bomen en struiken. Via aangepast maaibeheer krijgen spontane vegetaties meer kansen.
Initiatieven volgden elkaar snel op: aanleg visserssteigers, de vlindertuin,het sanitair complex, 23 informatieborden, een hellend vlak voor rolstoelgebruikers,een nieuwe vestingbrug, de passerelle over het water, de inrichting van het Hoornwerkpark, en , zeer recent, de systematische heraanleg van de vestingpaden, waarbij het asfalt vervangen wordt door dolomiet.
Onlangs startten we ook met de Vestingwacht: een groep vrijwilligers die bijna dagelijks het vestinggebied controleren, en beschadigingen doorgeven aan de bevoegde diensten.
Er lopen thans –nog altijd in het kader van de verdere uitbouw van de Vestingroute- nog meer dossiers: de restauratie van het kazemattencomplex achter de Sint Jacobskerk, de derde fase van de verdere aanleg van de wandelpaden, het nog beter bereikbaar en toegankelijk maken van de vestingroute voor minder valide bezoekers. Deze beide projecten kaderen in het Europese project ‘Versterkte Steden', dat door de provincie wordt getrokken.
Op ons wenslijstje staan tenslotte nog het consolideren van de onderaardse gangen en kazematten van het Hoornwerk en het herstellen van de vestingmuren over de Menenpoort
Uiteraard is het belangrijk dit geheel goed te onderhouden, zowel landschappelijk, als cultuurhistorisch, ook naar bewegwijzering en infrastructuren. Een dagdagelijkse opdracht, die heel wat inspanningen vergt.
Wat ooit als militair bolwerk werd ontworpen is in de loop der tijden veranderd in een groen ontdekkingsgebied bij uitstek waar jaarlijks méér dan honderdduizend wandelaars dankbaar gebruik van maken. Er zijn heel wat steden die ons dit vestingcomplex benijden.
Wij, Ieperlingen keken niet op een inspanning noch op centen bij het realiseren van dit steeds groter wordende netwerk van wandelingen in en om de historische stad. De ene wandelroute haakt zich aan de andere, zodat je nabij het centrum tientallen kilometers kunt wandelen doorheen de geschiedenis en de landschappen van deze stad.
Zoals met zoveel initiatieven werken we hiervoor maar al te graag samen met de provincie, in wie we steeds een bondgenoot vinden.
Daarom is het een bijzonder groot genoegen vandaag als gaststad te mogen optreden bij een nieuw initiatief rond de betere toegankelijkheid van onze versterkte steden voor minder valide bezoekers.
Mag ik u allen van harte welkom heten.

Toespraak door Paul Breyne - Gouverneur van West-Vlaanderen,
Een paar dagen geleden sprak ik in de provincieraad mijn jaarlijkse ‘oktoberrede' uit. Dit jaar stond die in het teken van ‘toegankelijkheid', een thema dat ook vandaag heel erg relevant is bij de voorstelling van de nieuwe publicatie ‘Wandelen in versterkte steden - erfgoedwandelingen voor iedereen'.
Wie wil genieten is bij ons, in de provincie West-Vlaanderen, aan het goede adres. Met onze kust, onze kunststeden en ons rijk cultureel erfgoed hebben we heel wat toeristische en cultuurtoeristische troeven. De historische steden Oostende, Nieuwpoort, Veurne, Lo-Reninge, Menen en Ieper die deel uitmaken van het grensoverschrijdende, Vlaams-Frans-Engelse ‘Netwerk van Versterkte Steden' zijn daar mooie voorbeelden van.
Vanzelfsprekend wil iedereen graag genieten van al dat moois. Sommigen onder ons botsen echter op drempels wanneer zij de deur uitgaan voor een cultuurtoeristische uitstap. En wanneer zij een historische, versterkte stad willen bezoeken, zijn de fysieke uitdagingen vaak nog groter. Versterkte steden werden vroeger immers zo ontworpen dat ze ‘oninneembaar' zouden zijn, zo weinig mogelijk toegankelijk dus. Rolstoelgebruikers ondervinden dit al snel: er zijn veel niveauverschillen, hellingen, een ondergrond die niet verhard is en in een kasteel, fort of toren is er doorgaans geen lift.
Rond die versterkte steden een product uitwerken op maat van personen met een beperking is dan ook een hele uitdaging. De provincie West-Vlaanderen wil graag een gastvrije regio zijn Via het project ‘Versterkte Steden' hebben wij ons, samen met onze projectpartners in Nord/Pas-de-Calais en Kent geëngageerd om ons cultureel erfgoed zo maximaal mogelijk toegankelijk te maken voor zoveel mogelijk bezoekers. Gaandeweg werd echter ondervonden dat de doelgroep veel breder kon zijn dan alleen personen met een handicap. Er zijn ook de steeds talrijker wordende senioren, de gezinnen met kinderwagens en zelfs diegenen met een tijdelijke blessure. Ook zij kunnen de geneugten ondervinden van een erfgoedcircuit dat makkelijk doenbaar is, waar geen trappen op voorkomen, met andere woorden: circuits die het erfgoed laten verkennen op een aangename, ontspannen manier, zonder “drempels”.
Zo meteen krijgt u van gedeputeerde voor cultuur Gunter Pertry wat meer uitleg bij de manier waarop deze publicatie is tot stand gekomen en hoe ze is opgevat. Graag wil ik ook nog eens de rol onderstrepen van het Provinciaal Steunpunt Toegankelijkheid en vzw Westkans, die met hun ervaring en kennis de projectpartners hebben ondersteund. Ik hoop dat deze nieuwe ‘erfgoedcircuits voor iedereen' nog meer mensen zullen laten kennismaken met ons rijk cultureel erfgoed. En verder hoop ik dat ze inspirerend mogen werken en dat het project navolging krijgt: zo kan er verder werk gemaakt worden van een echt ‘cultuurtoerisme voor allen'.
Toespraak door Gunter Pertry - Gedeputeerde voor kunst en cultuur,
Gouverneur Breyne gaf het zopas al aan: de provincie West-Vlaanderen heeft op het vlak van cultuurtoerisme heel wat troeven. Als je de geschiedenisboeken opeenslaat, stel je al snel vast dat wij wonen in een gebied van veldslagen en heldhaftige verdedigingen, van opeenvolgende golven van vernieling en wederopbouw. In onze contreien zijn dan ook veel vestingbouwkundigen actief geweest. Zij hebben ons een aantal fraaie vestingwerken nagelaten. De versterkte, historische steden waar het hier vandaag over gaat, tonen dit mooi aan.
Al sinds 1997 werken deze steden met elkaar samen binnen het Europese ‘Netwerk van Versterkte Steden' een project dat het provinciebestuur-intussen 8 jaar geleden-op gang trok samen met haar Franse partners in Nord/Pas-de-Calais en Kent. Europa zorgde – en doet dit trouwens nog steeds- voor de nodige financiële ondersteuning. Zo werden de voorbije jaren stadsmuren gerestaureerd, sites voor het publiek opengesteld of infopanelen geplaatst. Ook gingen de projectpartners er van uit dat een gemeenschappelijke promotie voor iedereen niet anders dan voordelen had: er kwamen media-acties, grensoverschrijdende folders en ook een wandelbrochure, die goed zijn weg vond naar het grote publiek, trouwens.
De circuits langs de versterkte sites willen graag wandelplezier bieden aan zoveel mogelijk mensen. Maar zoals gouverneur Breyne al zei: vaak is dat in versterkte steden niet altijd evident. Daarom werd in 2003 – het Europees Jaar voor Personen met een Handicap- beslist om een speciale actie op te zetten rond ‘toegankelijkheid'.
In de 19 steden van het Netwerk gingen experten op stap om de situatie op het terrein uit te testen. Met minder-valide bezoekers, rolstoelgebruikers, bv, werd onderzocht waar het moeilijk ging. Ook keken de adviseurs uit naar alternatieve routes die een trap of een te steile helling uit de weg gingen. Aan alle gemeentebesturen werd een uitvoerig studie-en adviesrapport overhandigd. Een aantal steden gingen naar aanleiding van de toegankelijkheidsrapporten ook zelf tot actie over en voerden een aantal aanbevelingen uit. De stad Ieper, waar wij vandaag te gast zijn, is in dat opzicht één van de vlijtigste leerlingen van de klas. Uniek aan het studiewerk is dat het samen gebeurde in de drie regio's en dat het dus om een echt grensoverschrijdende actie ging. Zo werd gezocht naar gemeenschappelijke normen en criteria. Er werd gediscussieerd over hellingspercentages en drempels, maar ook over wat algemeen noodzakelijk werd bevonden om ook personen met een auditieve of een visuele beperking van dienst te kunnen zijn. Vzw Westkans, die het werk uitvoerde voor onze provincie, moest hiervoor heel regelmatig gaan overleggen met Franse en Engelse toegankelijkheidsexperts, een hele karwei, maar waarvan het resultaat wel tot grote tevredenheid leidde bij alle betrokkenen. In die mate zelfs, dat beslist werd om het niet te laten bij een mooi studie-en adviesrapport, maar om de verzamelde informatie ook te gaan gebruiken in een echt, nieuw product, op maat van zij die graag het boeiende erfgoed in onze regio willen verkennen maar soms fysieke moeilijkheden ondervinden.
Dit nieuwe product stellen wij vandaag graag aan u voor. De publicatie wordt op twee manieren aangeboden: enerzijds zijn er de wandelcircuits, los verkrijgbaar per stad, daarnaast zijn er ook de pakketjes met de negentien toegankelijke erfgoedwandelingen van de drie partnerregio's. Hoe de wandelfolders precies zijn opgevat en hoe je ze best gebruikt zal straks verteld worden door Bart Vermandere van Westkans.
Afsluitend geef ik graag nog mee dat de provincie West-Vlaanderen ook buiten dit project inspanningen doet om iedereen te laten genieten van erfgoed en cultuur. Op Open Monumentendag bv worden al een aantal jaar speciale activiteiten opgezet voor bezoekers met een beperking. We moeten er de komende jaren naar streven om dit soort ‘punctuele acties' verder te integreren binnen het beleid en zo systematisch te streven naar een erfgoed- en een cultuurbeleid voor allen.
Na de theorie is het nu tijd voor wat actie: Bart Vermandere van Westkans neemt ons zo meteen mee voor een trajectverkenning langs de vestingen. Ik wens u dan ook alvast veel wandelplezier.