Integrale toegankelijkheid

Integrale toegankelijkheid wil zeggen ‘toegankelijkheid voor iedereen’. Het is een misvatting te denken dat toegankelijkheid alleen van belang is voor mensen met een beperking. Iedereen heeft baat bij een gebruiksvriendelijke, veilige en comfortabele leefomgeving.

Integrale toegankelijkheid bestaat uit fysieke toegankelijkheid en toegankelijkheid van communicatie:

 

Integrale toegankelijkheid houdt in dat publieke ruimtes of gebouwen, dienstverlening en informatie voor iedereen moeten voldoen aan een aantal belangrijke voorwaarden:

  • Bereikbaarheid
    • Kan ik de bestemming vlot bereiken met bijvoorbeeld het openbaar vervoer?
    • Heb ik toegang tot computer en internet?
  • Betreedbaarheid: kan ik er makkelijk binnen of buiten geraken?
  • Bruikbaarheid: kan ik doen wat ik voor ogen had?
  • Begrijpbaarheid: is alle informatie helder en duidelijk voor iedereen?
  • [Betaalbaarheid: is het financieel haalbaar?]

 

Iedereen moet de publieke voorzieningen op een zelfstandige en zo onopvallend mogelijke manier kunnen gebruiken. Aparte maatregelen voor elke persoon die van het 'gemiddelde' afwijkt, zijn dus niet wenselijk.

Als de maatschappij ernaar wil streven om toegankelijkheidsproblemen te voorkomen, moet ze die aanpakken in de ontwerpfase. Dat is de basis van het concept Universal Design. Elk ontwerpproces gaat daarbij uit van de volgende vraag: "Hoe kan een product, een website, een gebouw, een dienst of een publiek domein zowel functioneel als esthetisch aantrekkelijk zijn voor zoveel mogelijk gebruikers?"

Het ultieme doel van integrale toegankelijkheid is een maatschappij waarin iedereen zijn leven op het vlak van onderwijs, arbeid en vrije tijd zelfstandig en vrij kan inrichten.



© Westkans