Meegroeiwonen: huizen die de levensloop van de inwoner volgen

Aangepaste woningOmdat de bevolking van ons land (en van heel West-Europa) in de nabije toekomst steeds ouder zal worden, zal er ook steeds meer nood zijn aan huizen die relatief vlot aan de evolutie van de leeftijd van hun inwoners kunnen aangepast worden. West-Vlaanderen is in elk geval de eerste Vlaamse provincie die de ontwikkeling van dergelijke meegroeiwoningen actief ondersteunt en stimuleert.

Door de ouder wordende bevolking zullen er in de toekomst steeds meer flexibele woningen nodig zijn. In Nederland wordt hierbij over ‘levensloopbestendig wonen’ gesproken, terwijl in Vlaanderen het woord ‘meegroeiwonen’ wordt gebruikt. Dergelijke huizen die aan de leeftijd van de inwoner(s) kunnen aangepast worden – en die dus hun levensloop volgen – maken al enige tijd deel uit van het beleid van de Vlaamse regering. West-Vlaanderen is de eerste Vlaamse provincie die een stimuleringsprogramma voor meegroeiwoningen heeft opgezet.

De provincie heeft de praktische uitwerking van dit beleid op het terrein aan de vereniging Westkans overgedragen. Deze organisatie is vooral gespecialiseerd in het verstrekken van advies rond de toegankelijkheid van openbare gebouwen (meestal voor mensen met mobiele beperkingen). In het begin van het jaar 2010 startte Westkans tenslotte met een programma, waarbij elke inwoner van West-Vlaanderen advies kan krijgen over meegroeiwonen.

Toegankelijkheid is een centraal begrip bij meegroeiwonen. Zo moet je bij elke woning in de eerste plaats naar de nabije omgeving kijken – zoals de afstand tot belangrijke voorzieningen (winkels, scholen, kinderopvang, ...) en de (huidige of toekomstige) aanwezigheid van openbaar vervoer. Ook de ruimte vlakbij de woning is van belang. De aanwezigheid van een koer of tuin schept bijvoorbeeld mogelijkheden tot het aanbrengen van een lift en/of bijgebouwen. En dergelijke uitbreidingen zijn dan weer afhankelijk van de stedenbouwkundige bestemming van elk stuk grond, die bepaalt of zo’n zaken wel of niet een vergunning kunnen krijgen.

Uiteraard biedt een nieuwbouwproject de meeste mogelijkheden om een woning levensloopbestendig te maken. Maar in de praktijk krijgen de mensen van Westkans vaak met verbouwingsprojecten te maken. Hierbij proberen ze (indien mogelijk) vanaf het begin nauw samen te werken met de architect die het reeds bestaande gebouw heeft ontworpen.

Bij elke verbouwing gaan de mensen van Westkans eerst op zoek naar de mogelijkheden van het gebouw. Zo proberen ze te weten te komen in hoeveel delen een bestaande woning kan opgesplitst worden. En deze opsplitsbaarheid is afhankelijk van de structuur van de dragende en de niet-dragende elementen (van één of meerdere verdiepingen). Bij een verbouwing kunnen niet-dragende elementen namelijk relatief gemakkelijk worden verwijderd. En na deze analyse weten de verbouwers dus welke muren of wanden kunnen worden afgebroken, zonder de constructie in gevaar te brengen.

In woningen met een modern betonskelet zal men bijvoorbeeld veel meer tussenmuren kunnen verwijderen dan in oudere woningen, waarbij de verschillende ruimtes gewoon (net als bij blokdozen) op elkaar werden geplaatst. Uiteraard geldt ook hier het principe dat hoe groter de woning is, hoe groter de verbouwingsmogelijkheden zijn (bijvoorbeeld de hobbykamer kan voor een ouder wordend persoon tot slaapkamer worden omgevormd).
Bij meegroeiwonen komt het er dus op aan om een woning zo flexibel mogelijk te maken en voor te bereiden op (mogelijke) latere verbouwingen. Zo adviseren de mensen van Westkans bijvoorbeeld om eerst de vloer aan te leggen (door te trekken) en pas daarna de wanden er op te plaatsen. Op deze manier kan de inwoner de wanden op een later tijdstip weer laten wegnemen, zonder de vloer te moeten afbreken.

Bij meegroeiwonen gaat er ook veel aandacht uit naar zowel horizontale als verticale circulatie. Bij horizontale circulatie probeert men de ruimtes (op één verdieping) zo optimaal mogelijk in te delen, waardoor de loopafstand ofwel het parcours van de inwoner zo klein mogelijk zal zijn. Bij verticale circulatie probeert men dan weer om de hoogteverschillen (drempels, trapjes, trappen, ...) zo klein mogelijk te maken. Zo kan men bijvoorbeeld een ruimte voorzien waarin later eventueel een lift kan worden geplaatst.

Tijdens hun levensloop vertonen mensen een verschillend ruimtegebruik, zoals trouwen en kinderen krijgen (meer ruimte nodig) en kinderen het huis uit plus ouder worden (minder ruimte nodig). Een mooi voorbeeld hiervan was de situatie van een koppel dat in een huis van twee verdiepingen woonde en waarvan de kinderen vertrokken waren. Als gevolg daarvan waren zij van plan om oma op de eerste verdieping te laten wonen. De mensen van Westkans adviseerden dit koppel echter om oma naar de benedenverdieping te laten verhuizen en zelf naar de eerste verdieping te gaan wonen. En als ze zelf (heel wat) ouder geworden zijn, kunnen ze nog altijd naar die benedenverdieping verhuizen. Kortom, meegroeiwonen is dus vooral vooruitziend zijn...

Alle inwoners van West-Vlaanderen kunnen voor advies over meegroeiwonen bij Westkans in Brugge terecht, waarvoor een bescheiden bedrag van 25 euro wordt gevraagd. In het geval van een verbouwing analyseert de architect van Westkans niet alleen de structuur van de woning, maar luistert hij tevens nauwgezet naar de (huidige en toekomstige) wensen en noden van de mensen. En op basis hiervan worden gewoonlijk één of meerdere verbouwscenario’s uitgewerkt. In sommige gevallen geeft men het advies dat de mensen op termijn best naar een andere woning uitkijken. En uiteraard zijn alle adviezen vrijblijvend...

Artikel verschenen in KARAAT (www.karaat.be/public/article/1831), 1/10/2011 - Tekst: Brecht Thiers

Bekijk ook de infopagina over meegroeiwonen.

Trefwoorden

© Westkans